NS Flirt 3

24-04-2015: NS heeft voor ongeveer 280 miljoen euro 58 nieuwe Flirt-3 sprinters gekocht.

NS flirt sprinter trein front




Uit het nieuwsbericht van NS:

NS heeft gisteravond het contract getekend met de Zwitserse treinenbouwer Stadler voor de levering van in totaal 58 nieuwe Sprinters (type: Flirt).

Snel en energiezuinig
De nieuwe Sprinters kunnen snel optrekken, zijn toegankelijk voor rolstoelgebruikers (incl. een rolstoeltoegankelijk toilet) en hebben brede deuren voor gemakkelijk in- en uitstappen. Het zijn echte forensentreinen met zowel zit- als staplaatsen en zoveel mogelijk doorkijk door de trein, zodat klanten zich veilig voelen en eenvoudig zien waar nog plek is of waar de conducteur is.  De trein van Stadler (type Flirt) rijdt al met succes in diverse landen en is, met deze order erbij al 1.094 keer verkocht.

flirt-3 sprinter trein fff

Achtergronden
– 33 treinen (treinstellen) van 3 rijtuigen en 25 treinen (treinstellen) van 4 rijtuigen
– de treinen zijn voorbereid voor het gebruik van het nieuwe beveiligingssysteem ERTMS
– de treinen zijn in alle rijtuigen voorzien van schermen met actuele reisinformatie en WiFi
– ca. 10.000 stoelen (excl. klapzittingen) en handgrepen bij staplaatsen
– contractwaarde voor de 58 treinen is ca. 280 mln. euro
– stopcontacten met USB aansluiting in de 1e en 2e klas

flirt sprinter trein ns

21-01-2015: NS kondigt aan om 60 Flirt-3 treinstellen aan te schaffen bij Stadler.

De treinen worden gebouwd in de Stadler fabrieken in Zwitserland en Polen. Het betreft de 3e generatie Flirt treinen. (Flirt3)

De duitse DB uitvoering is door Stadler gepresenteerd op de Innotrans. De treinen moeten al in 2016 afgeleverd gaan worden om het tekort in het sprinter-segment op te vangen.

flirt3 sprinter trein stadler

De 60 treinen kosten ongeveer 300 miljoen euro.

NSR Traxx front klein

Traxx locomotieven

traxx bombardier nl b

NS en NMBS zetten gehuurde Traxx-locomotieven in voor de Intercity Direct tussen Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen-Brussel. De Intercity Direct rijdt over het Nederlandse net, de HSL-Zuid en het Belgische spoorwegnet.
Daarom zijn de locomotieven geschikt voor 3 spanningssystemen en hebben ook 3 beveiligingssystemen:
HSL-Zuid: 25kV/50Hz wisselspanning , ERTMS treinbeveiliging
Belgische net: 3 kv gelijkstroom , MEMOR beveiligingssyteem
Nederlandse net: 1,5 kV gelijkstroom , ATBvv treinbeveiliging

Omdat het vertrekproces in Nederland anders verloopt dan in België hebben de locomotieven ook nog eens twee verschillende deursluitinstallaties aan boord.

Nieuw voor Nederland zijn de camera’s aan de zijkant van de cabine waardoor de machinist op een scherm in de cabine het perron langs de trein kan zien.

traxx bombardier
Foto TRAXX van Bombardier

TRAXX een merknaam van Bombardier (Transnational Railway Applications with eXtreme fleXibilityTraxx). De locomotieven worden in Kassel-Duitsland gebouwd voor de Europese markt en zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor het goederenvervoer. Er zijn electrische TRAXX locomotieven in zowel gelijkstroom als wisselstroom uitvoering. Daarnaast is er nog een dieselversie. In totaal heeft Bombardier 1500 TRAXX locomotieven in verschillende uitvoeringen gebouwd.
Standaard zijn de electrische locomotieven uitgerust met het MITRAC tractiesysteem Bombardier.
De versie voor de HSL-Zuid heeft een vermogen van 5600 kW, een trekkracht van 140kN, is op 4 assen aangedreven en kan maximaal 160kmh. De lengte over de buffers is 18.9 meter.

 

NS besluit in december 2013 om zelf TRAXX locomotieven te kopen voor de internationale treindiensten met België en voor snelle binnenlandse treindiensten over de HSL-Zuid.

Persbericht NS van 6 december 2013:

NS tekent contract met Bombardier.

Voor het plan van NS en NMBS voor een optimale treinverbinding tussen Nederland en België zijn extra locomotieven en omgebouwde ICR-rijtuigen nodig. Omdat er naar verwachting de komende jaren bijna geen Traxx-locomotieven van het juiste type op de markt beschikbaar komen, heeft NS besloten 19 locs aan te schaffen bij Bombardier. Dit type is al toegelaten op het conventionele net en op de HLS-Zuid. Bombardier kan de locomotieven eind volgend jaar leveren.

Onderhoud
Op dit moment is voorzien om deze locomotieven net als de geleasede Traxx-locomotieven bij NedTrain in de Watergraafsmeer te laten onderhouden. NedTrain is in gesprek met Bombardier Services om voor het onderhoud en herstel afspraken te maken. Inzet van de locomotieven is voorzien op de lijnen Amsterdam – Rotterdam (dienstregeling 2015) en Den Haag – Eindhoven (dienstregeling 2016).

Augustus 2014:
De eerste lokomotief waarmee een uitgebreid test en toelatingsprogramma uitgevoerd gaat worden is gereed en zal vanaf augustus 2014 testritten rijden in Nederland.

Eerste foto’s :

 

 NSR Traxx locomotief frontaanzicht NSR Traxx locomotief op vrije baan NSR Traxx locomotief uitrol bombardier links NSR Traxx locomotief uitrol Bombardier rechts NSR Traxx locomotief zijaanzicht

 

loc 1700

Eloc-1700

De E-loc 1700 wordt door NS ingezet in o.a. het trek-duwbedrijf met de bekende ICR-rijtuigen.

Elok 1700 met ICR stam
Elok 1700 met ICR stam

De E-loc 1700 serie van NS zijn afgeleverd tussen 1991 en 1994. Deze serie is afgeleid van de E-loc 1600 serie uit de jaren 80. De locomotief is oorspronkelijk ontworpen door GEC-Alsthom (nu Alstom) voor het Franse goederenvervoer over lange afstanden. De Franse Spoorwegen SNCF hebben de locomotief al snel ingezet voor hun getrokken intercity-treinen.

De locomotief heeft twee onafhankelijk werkende tractie-installaties bestraande uit één reusachtige motor per draaistel met een eigen omzetter/chopper.

Elok 1700 doorsnede
Elok 1700 doorsnede

Prestaties/kentallen

  • Nummers: 1701-1781
  • Max snelheid : 180 kmh (in NL: 160kmh)
  • Lengte: 17,64m
  • Massa: 86 ton
  • Vermogen : 4600kW
  • Treinbeveiliging: Eerste generatie ATB , fase 4

Belangrijkste inzet:

  • 1900 serie : Den Haag- Venlo
  • 3600 serie : Roosendaal – Zwolle
  • Internationale treinen naar Duitsland

ICE-x

IC-NG

IC-NG (InterCity-Nieuwe Generatie) zijn de nieuwe Intercity treinen die geschikt zijn voor het gehele Nederlandse spoorwegnet inclusief de Hogesnelheidslijn-Zuid en mogelijk ook voor verkeer naar België en Duitsland. De tweede kamer heeft in november 2013 besloten dat NS de nieuwe Intercity treinen in 2018 gereed moet hebben voor treindiensten.

Intercity nieuwe generatie
Intercity nieuwe generatie ?

Volkskrant 19-11-2013:

De NS moet gaan onderzoeken of het mogelijk is intercity’s aan te schaffen die harder kunnen rijden dan 200 kilometer per uur. Bovendien moeten die treinen al vanaf 2018 worden ingezet. Dat besloot de Tweede Kamer dinsdag. .

Volgens VVD-Kamerlid Betty de Boer gaan intercity’s tot wel 30 jaar mee en is het daarom van groot belang om toekomstbestendig materieel in te kopen. Ze wil dat treinen in de toekomst daar waar mogelijk harder dan 200 kilometer per uur kunnen gaan rijden. Dat kan bijvoorbeeld op het hsl-spoor. Maar snelle treinen zijn ook van belang voor bijvoorbeeld de Hanzelijn, waar nu al 200 kilometer per uur mag worden gereden.

Ook moeten de nieuwe treinen zo snel mogelijk worden ingezet, vindt de Kamer. De NS heeft daar zeven jaar voor nodig, stelde staatssecretaris Wilma Mansveld (Spoor) eerder. Maar volgens De Boer moet het echt sneller kunnen.

De NS begint binnenkort met een studiefase naar de aanbesteding van de nieuwe intercity’s. Daarin moet nu dus de maximumsnelheid en de tijdsperiode tot de treinen inzetbaar zijn worden meegenomen. .

 

ns voorschrift

Lexicon

Spoorse begrippen met een beknopte uitleg. De spoorbranche kent ook eigen afkortingen die in spreek- en schrijftaal als zelfstandig naamwoord worden gebruikt. De meest bekende zijn in deze lijst opgenomen.

Suggesties of tekstbijdragen ? klik hier

Automatische koppeling: (AK) Koppeling aan de voorzijde van de lokomotief of treinstel waarmee treindelen of -stellen automatisch vast- en losgekoppeld kunnen worden. Het vastkoppelen gebeurt door simpel tegen de te koppelen eenheden aan te rijden. Loskoppelen of “lostrappen” vindt plaats vanuit de cabine. De AK koppelt de treinstellen niet alleen mechanisch maar ook de electrische en pneumatische verbindingen voor tractie, remmen, treinbesturing en boordnet.

Bak: (of rijtuig) De wagons of delen waaruit een trein bestaat wordt “bak” genoemd.

Blok: De afstand tussen twee lichtseinen wordt een blok genoemd. Als twee treinen kort op elkaar rijden dan rijden ze op “blokafstand”. Wordt in het spoorse jargon gebruikt voor dingen die elkaar snel opvolgen.

Boordnet: De electrische installatie van de trein waarop de boordinstallaties zijn aangesloten zoals verlichting , airco, ventilatie, deuren, reisinformatie enz.

Bovenkant spoorstaaf: (BS) De bovenkant van de spoorstaven is de referentiemaat vanaf waar hoogtes worden gemeten zoals de perronhoogte of de instaphoogte van een treindeur.

Bovenleiding: (Bvl) De bovenleiding is een spanwerk van draden tussen de bovenleidingportalen om de rijdraad waarop de bovenleidingspanning staat strak en horizontaal op te hangen.

Bovenleidingportalen: (of portiek) de draagcontructie om de bovenleidingconstructie aan op te hangen.

Bovenleidingspanning: Nederland kent een is 1500 volt gelijkstroom systeem. De nominale spanning is verhoogd naar 1800 volt om genoeg vermogen te kunnen leveren voor alle treinen in een sectie. De bovenleidingspanning varieert tussen de 1000 volt als er veel treinen in een sectie stroom vragen tot wel 1900 volt dichtbij een voedingspunt. (onderstation)

Chopper: (of statische omzetter) De stroomvoorziening van het Nederlands spoorwegnet is 1500V gelijkspanning. Om het toerental van de gelijkstroommotoren te regelen of om te zetten naar een lagere spanning voor het boordnet wordt de gelijkstroom van de bovenleiding door snelle hoogspanningsschakelaars steeds onderbroken en in stukjes gehakt. Vandaar de naam “chopper”.

Draaistel: De draaistellen zijn het frame of raamwerk wat kan bewegen onder de rijtuigbak en waarin de wielstellen zijn opgesloten zodat de trein door bogen en wissels over verticale hellingen kan rijden.

Geelvaller: Als de ATB-installatie van de trein geen signaal ontvangt of als de twee spoelen verschillende signalen ontvangen dan toont het ATB-display “geel-40″ en moet er direct geremd worden tot 40 kmh.

Loopwerk: Alles nodig om de trein stabiel en zonder gevaar van ontsporing over de rails te kunnen laten bewegen zoals draaistellen , wielstellen, veren, dempers.

OCCR: Het Operationeel Controle Centrum Rail is gevestigd in Utrecht en een samenwerking van Prorail , de vervoerders waaronder NS, Nedtrain en de spoorwegaannemers. Doel is om in geval van verstoringen snel in te kunnen grijpen, te corrigeren en bij te kunnen sturen.

Rijdraad: Op de rijdraad is de bovenleidingspanning aangebracht. De stroomafnemers van treinen maken contact met de rijdraad. De nominale hoogte (“aanlegnorm”) van de rijdraad t.o.v. de bovenkant van de spoorstaven is tussen 5,3 en 5,5 meter en wordt zo constant mogelijk voor goed contact tijdens de rit. Op bruggen en in tunnels hangt de rijdraad vaak lager. Van bovenaf gezien is de draad zigzag gespannen zodat het koolstofsleepstuk op de stroomafnemer van de trein niet op één punt geraakt wordt en slijt.

Sectie: Een geëlectrificeerd baanvak is verdeeld in secties. De secties zijn electrisch van elkaar gescheiden en hebben een eigen voeding vanuit eigen onderstations.

Stroomafnemers: (pantografen) De treinen zijn voorzien van verende stroomafnemers die contact maken met de rijdraad om de trein van stroom te voorzien. Het contactvlak bestaat uit een koolstof strip (sleepstuk) wat bevestigt is in het stroomafnmerschuitje. De breedte en vorm van het schuitje zorgen ervoor da rijdraad “gevonden” wordt bij opzetten of na een rijdraadonderbreking bij bijvoorbeeld bruggen of overgang van secties. Het afstellen van stroomafnemers moet nauwkeurig gebeuren omdat de pantograaf bij een te lage aandrukkracht loskomt en gaat stuiteren (bouncen) en er spanningspieken en vonkvorming zal optreden terwijl bij een te hoge aandrukkracht er hoge slijtage of zelfs schade aan stroomafnemer of rijdraad kan optreden.

Stationnement: Tijd dat de trein aan het perron beschikbaar is voor in- en uitstappen van de reizigers. De snelheid waarmee de deuren kunnen openen en sluiten, de breedte van de balkons en de doorstroming in de trein zijn belangrijk voor de tijd die het stationnement in beslag neemt. De tijd wordt bewaakt door metingen. De tijd wordt gemeten vanaf het moment dat de trein het “inrijdpunt” kort voor het perron passeert en duurt tot de trein het vertreksein heeft gepasseerd. NS meet op deze wijze een deel van de aankomst- en vertrekpunctualiteit.

Stopontspoorblok: (of ontspoorblok, hondje) Stalen blok met een schuine geleiding wat op de spoorstaaf bevestigd wordt. Een bewegend railvoertuig wordt door het ontspoorblok uit de rails getild en naast het spoor gezet. Dit wordt gedaan als uiterste beveiliging van een achter het stopblok gelegen object (gesloten deur van een loods, werkplaats, opgesteld materieel o.i.d.)

Stroomlijnmaterieel: Met de komst van de elektrische treinstellen bij NS is de term stroomlijnmaterieel geïntroduceerd voor treinstellen waarin aandacht is besteed aan de luchtweerstand. Materieel’64 is het laatste materieelsoort waarvoor de term stroomlijnmaterieel werd gebruikt.

Treinstellen: Met treinstellen worden koppelbare treinen bedoeld met aan voor-en achterzijde een cabine en automatische koppeling. Een trein kan dan bestaan uit een of meerdere treinstellen.

UIC: De Union International de Chemin de Fer is een samenwerking van spoorwegbedrijven, gevestigd te Parijs, met als doel spoorwegmaterieel en materialen te standaardiseren. De normen zijn vastgelegd in UIC-fiches. Deze worden nu meer en meer vervangen door Euronormen. De schroefkoppeling is daarvan een voorbeeld maar ook wielen, buffers, electrische installaties en …spoorstaven. UIC-64 is spoorstaaf met een massa van 64kg per meter.

Verkanting: Het hoogteverschil tussen de buitenste en binnenste spoorstaven in een boog waarmee het naar buiten overhellen van de trein en het vertikaal opklimmen van het buitenoplopende wiel op de spoorstaaf verminderd wordt. Als dit hoogteverschil voor de toegestane snelheid te weinig is, dan is er sprake van een “verkantingstekort”.

Verkeersleiding: (VL) De verkeersleiding bewaakt het treinverkeer op het hoofdspoor en regelt het trein verkeer bij in geval van verstoringen. De verkeersleiding is een onderdeel van Prorail. Nederland heeft één verkeersleiding in Utrecht bij het OCCR. Op stations, rangeerterreinen en opstelterreinen worden de seinen en rijwegen ingesteld door de lokale treindienstleiders(Tdl).

Vrijbalk: witte betonnen balk bij wissels waarachter de kop van de trein geplaatst moet worden zonder gevaar van een zijdelingse aanrijding met een trein op het nevenspoor

ATB bord

ATB en ATBvv

Na de treinramp bij Harmelen in 1962 wordt besloten tot invoering van een automatisch werkende treinbeveiliging. Duidelijk is dat de klassieke Entry-Exit seinbeveiliging niet meer voldoet vanwege de toenemende kans op menselijke bedieningsfouten op een steeds voller spoorwegnet. (Ook toen al was het baanvak bij Harmelen een van de drukste baanvakken van Nederland.)
Doel is om spoorwegrampen op de vrije baan waar met hoge snelheden gereden wordt onmogelijk te maken. Omdat de gevolgen van treinbotsingen bij een lagere snelheid kleiner zijn en het technisch en financieel anders onhaalbaar was is besloten om de gebieden waar de toegestane snelheid niet hoger is dan 40 kmh uit te sluiten.

Nederland kiest voor het modernste systeem wat op dat moment beschikbaar is en noemt dat Automatische Trein Beïnvloeding (ATB). Waar andere systemen zoals het Duitse “Indusie” alleen lokaal bij een sein of gevaarpunt een signaal naar de trein sturen wordt er door de ATB continu en op het gehele baanvak een signaal naar de trein gestuurd met de toegestane snelheid en het seinbeeld ter plaatse.

ATB-Eerste Generatie (ATB-EG)

Vanuit het seinstelsel wordt er door de spoorstaven een 75 Hz code gestuurd. De trein is aan de kopeinden voorzien van twee magneetspoelen die boven beide spoorstaven hangen en de code(s) lezen. Aan boord van de trein wordt de code getoond aan de machinist op het ATB-display. De ATB-treininstallatie vergelijkt de code met de treinsnelheid en rembediening. Bij een hogere snelheid dan toegestaan moet er door de machinist tijdig geremd worden.

ATB display
ATB display

Omdat voor een rood sein er altijd een geel sein is bewaakt de ATB of er na passage van een geel sein geremd wordt tot de veilige snelheid van 40 kmh. Dit vanuit de veiligheidsfilosofie dat niet de beveiligingsinstallatie de baas is van de trein maar altijd de machinist. Door het inzetten van remming blijkt dat de machinist het (gele) sein gezien heeft. Er wordt dus niet gemeten of de trein daadwerkelijk voor het rode sein tot stilstand komt.

Als de trein geen signaal leest of de twee spoelen lezen elk een verschillend signaal dan toont het ATB-display “Geel-40″ en moet er geremd worden tot 40 kmh. Dit noemt men een “Geelvaller”.

Na invoering van ATB zijn er op de beveiligde baanvakken geen grote treinbotsingen meer geweest. Wel hebben er nog treinbotsingen plaatsgevonden op onbeveiligde ATB-loze baanvakken en binnen het zogenaamde 40 km gebied.

ATB Verbeterde Versie (ATBvv)

ATBvv plaatje
ATBvv principe

Om zeker te stellen dat treinen daadwerkelijk voor het rode sein stilstaan is het ATBvv systeem ontwikkeld.

Op remafstand voor het sein wordt een baken in het spoor gelegd die een electromagnetisch signaal afgeeft aan de rechter ATB-spoel. De ATB-installatie op de trein vergelijkt het signaal met de snelheid van de trein en grijpt zonodig in met een snelremming.

atbvv baken
ATBvv baken in het spoor
virm kop

VIRM

Het Dubbeldeks – Inter Regio Materieel (IRM) is in de 90-er jaren ontworpen voor de drukke intercity-lijnen van het hoofdnet. Omdat het aantal treinen per uur op de drukke lijnen beperkt is en de perronlengtes al maximaal benut worden is er gekozen voor dubbeldekkers.

ruwbouw kop virm
ruwbouw kop virm

Het comfortniveau is conform de Intercityformule van NS en omvat standaard o.a. airco, comfortabele verstelbare stoelen, extra beenruimte in de 1e klas, brede deuren en luchtvering. Later is in de vloot het On Board IT System (OBIS) geïnstalleerd waardoor de reiziger de beschikking over WiFi en schermen met aktuele reisinformatie. De treinen zijn inmiddels ook uitgerust met camerabewaking. VIRM is het eerste materieel van NS met een volwaardig diagnosesysteem met handelingsadviezen en storingsmeldingen voor de machinist , conducteur en storingsmonteur.

eerste virm4 aflevering bombardier
Eerste VIRM-IV

De vloot bestaat momenteel uit 4 bouwseries. De eerste twee bouwseries met de benaming DD-IRM zijn gebouwd van 1994 tot 1996. De bouwserie bestaat treinstellen met 3 bakken en treinstellen met 4 bakken. In 2000 besluit NS om de IRM-vloot uit te breiden door bestelling van extra bakken en een serie nieuwe treinen. Dit is het programma Verlengde IRM (VIRM). De 3-tjes worden verlengd tot 4-baks VIRM-treinen en de 4-tjes IRM worden verlengd tot 6-baks VIRM-treinen.  Tussen 2008 en 2009 wordt de 4e bouwserie VIRM bestaande uit 51 nieuwe viertjes toegevoegd aan de vloot.

virm stuurtafel
Stuurtafel VIRM

Vlootsamenstelling :

  • VIRM-I: 34 viertjes , 47 zesjes
  • VIRM II: 13 viertjes
  • VIRM III: 33 zesjes
  • VIRM-IV: 51 viertjes

 

 

Prestaties / kentallen vier- en zeswagenstellen , VIRM

  • Maximum snelheid: 160 kmh
  • Vermogen: 4 x 402kW (4-tjes)  en 6 x 402kW (6-jes)
  • Treinbeveiliging: Eerste generatie ATB , fase 4
  • Lengte: 108,5 meter (4-tjes) en 162m (6-jes)
  • Massa: 234 ton (4-tjes) en 349 ton (6-jes)
  • capaciteit 4-tjes: 86 zitplaatsen 1e klas, 308 zitplaatsen 2e klas, 34 klapzittingen , 188 staplaatsen(totaal 428 zitplaatsen)
  • capaciteit 6-tjes: 172 zitplaatsen 1e klas, 444 zitplaatsen 2e klas, 50 klapzittingen, 278 staplaatsen (totaal  666 zitplaatsen)
  • Aantal bakken: 632 bakken
  • Aantal treinen: 178 treinen (98 stuks 4-tjes , 80 stuks 6-jes)

Belangrijkste inzet volgens de dienstregeling 2014:

  • Alle intercity trajecten

 

virm olympisch
Olympische VIRM op stationHaarlem
NS B naar A 01
Koningstrein 2012
ovcp virm
OV chipkaart VIRM